Harry Bouwhuis: ‘Kicksen met stalen neuzen’

| 1 Maand geleden.

In de rubriek ‘Schoenen, bal, veldje, liefde’ bespreken wij met een Zwolse sporter of sportliefhebber vier vaste onderwerpen. Dit keer met Harry Bouwhuis. De 68-jarige Zwollenaar staat vooral bekend als radioverslaggever van diverse omroepen en als freelancejournalist en columnist bij onder meer De Swollenaer, De Stentor en Sportief Zwolle. Daarnaast is hij de auteur van meerdere publicaties en boeken.

Schoenen
“Mijn eerste voetbalschoenen waren van het allang opgedoekte merk Goliath. Van soepel kangoeroeleer was bepaald geen sprake. De ongemakkelijk zittende ‘kicksen’ hadden bovendien stalen neuzen om de loodzware ballen, toen nog voorzien van een veter, de juiste richting mee te geven. RKSC Zwolle werd mijn vereniging, omdat ik katholiek was. Zo ging dat in die tijd. Want zelf was ik liever bij Zwolsche Boys gaan voetballen. Desondanks had ik een mooie periode bij de club in de geelwitte pauselijke kleuren en de markante zwarte V op het shirt. Al leert een snelle blik op de elftalfoto uit de beginjaren zestig, met ondergetekende rechts onderaan, dat de uniformiteit van de tenues destijds nogal te wensen overliet.

Harry Bouwhuis (rechtsonder) in het shirt van RKSC Zwolle

Later werd het schoeisel van het merk Puma mijn favoriet. Ik heb er, op wat uitstapjes op Adidas-schoenen na, tot en met mijn veteranentijd op gespeeld. De mooiste herinnering blijf ik echter aan mijn eerste paar ‘Goliaths’ houden. Als aanvoerder en rechtshalf van RKSC Zwolle P1 maakte ik in de finale tijdens een pupillentoernooi in Kampen tegen DOSK de enige treffer en mocht daarom de winnaarstrofee in ontvangst nemen. Het was in mijn beleving als kind een fors uitgevallen exemplaar. Toen ik de bokaal echter vele jaren later nog eens zag staan, helemaal achteraf in de prijzenkast van de inmiddels tot SV Zwolle omgedoopte club, viel het formaat me eerlijk gezegd vies tegen.”

Bal
“Een favoriete bal heb ik nooit echt gehad. Op straat en in de buurt voetbalde je alleen met plastic ballen. In mijn beginperiode bij RKSC Zwolle was er bij wedstrijden een netje met twee ballen voorhanden. Tijdens de trainingen beschikten we doorgaans over zwabberballen die al vaak waren opgelapt. Veel later vond ik de Derbystar-bal altijd prima. Je kon er goed een pass met het ‘buitenkantje’ mee geven. Mijn specialiteit, althans dat vond ik zelf. Piet Keizer en Wim van Hanegem waren tenslotte in die tijd niet voor niets mijn idolen. De Derbystar gaf precies het juiste effect mee.”

Harry Bouwhuis interviewt Leontien Zijlaard-van Moorsel - © Jan Boertien

Veldje
“De mooiste plek was voor mij het voetbalveld naast Speeltuin Het Noorden aan de Albert Cuypstraat. Opgegroeid in de Schildersbuurt was ik daar bijna elke dag te vinden. Het was de tijd van het straatvoetbal. René (toen nog Reneetje) IJzerman uit de Van Miereveltstraat, ‘n ‘jochie’, was met zijn fabelachtige techniek toen al de ongekroonde koning van het ‘kappen en draaien’ in de buurt. De benjamin werd bij ‘keurtjes’ altijd als eerste gekozen. Dat zei veel, zo niet alles. Mooie herinneringen heb ik ook aan het hoofdveld van RKSC en SV Zwolle op De Marslanden, waar ik vooral bij de pupillen en de junioren leuke wedstrijden heb gespeeld. Toen ik uit balorigheid eens de lange onderbroek van trainer Frater Gerold, trouwens een doodgoeie en hele prettige man, aan de grote vlaggenmast hing, werd dat door de clubleiding min of meer uitgelegd als heiligschennis. Het geintje kwam me nog op een schorsing te staan ook.”

Harry Bouwhuis en Berkum-spits Jonathan van Marle - © Frank van Hienen

Liefde
“Mijn grote liefde is Nel, waarmee ik alweer veertig jaar samen ben. Met onze twee zonen Bas en Mathijs, die allebei bij VV Berkum in het eerste speelden, hun partners Agnes en Pascalle, kleindochter Juul en nog een kleinkind op komst, vormen we een hechte familie. Muziek maken is altijd mijn andere grote passie geweest. Vanaf de eind jaren zestig was ik als basgitarist actief in bandjes. Het is de reden dat ik al op 21-jarige leeftijd een streep zette onder mijn overigens niet bijster imposante voetbalcarrière. Optreden vond ik veel leuker en belangrijker. Prestatievoetbal combineerde bovendien ook niet lekker met mijn veelal nachtelijke escapades.

Ik heb de ‘stoute schoenen’ pas ruim tien jaar later in 1982 weer aangetrokken bij de veteranen van Berkum alias ‘FC Wissel’ en vernoemd naar het in de wijk gevestigde bejaardentehuis. We werden vaak kampioen en waren ook tijdens de derde helft nauwelijks te evenaren. Toen ik 45 jaar was stopte ik met voetballen als gevolg van chronisch fysiek ongemak. Het was mooi geweest. Een nieuwe uitdaging in de sportjournalistiek lonkte.”

Harry Bouwhuis in gesprek met Koos Moerenhout - © Gerlinde Schrijver Fotografie
VV Berkum, Voetbal, SV Zwolle, Harry Bouwhuis, Schoenen, bal, veldje, liefde

Deel deze pagina:

Gerelateerd nieuws