Voor Van Beek staat winnen boven meedoen

| 26-01-2018

Pieken op het goede moment, het is een kunst die iedere sporter maar wat graag onder de knie heeft. Schaatsster Lotte van Beek lijkt het voor elkaar te hebben, want opnieuw steekt ze tijdens een Olympisch jaar in uitstekende vorm. Wat nu rest is één ding: in Pyeongchang de race van haar leven rijden.

Het is een week of drie voor de Olympische Spelen als Van Beek de kantine van Thialf binnenkomt. Een normale begroeting tussen interviewer en geïnterviewde is normaal een hand, maar daar komt ditmaal niets van in. Ze wil het niet, ze doet het niet, want stel je toch eens voor. Zo kort voor de Olympische Spelen een tegenslag, dat kun je niet gebruiken. En een griepje heb je zo te pakken. “Het zekere voor het onzekere he”, verontschuldigt Van Beek zich al snel. Het is haar vergeven en zeker haar. De vrouw die de laatste jaren al zoveel tegenslag kende en weet hoe het is om plotseling aan de kant te staan. Je hoeft de risico’s niet aan haar uit te leggen.

Dat Lotte van Beek in februari afreist naar Zuid-Korea, is namelijk geen abc’tje. In 2014 lijkt de wereld aan haar voeten te liggen, als ze tijdens de Olympische Spelen in Sotsji brons wint op de 1.500 meter. “Je hebt een race in je hoofd en die rij je dan. Dat is het ultieme gevoel”, weet Van Beek. Het ultieme gevoel moet echter al snel plaatsmaken voor een domper. Na de Spelen besluit Van Beek op skivakantie te gaan en daar gaat het mis. Op de piste scheurt de Zwolse haar kruisband en daardoor staat ze lange tijd buitenspel. Maar daar blijft het niet bij.

Meer fysiek ongemak Voor het herstel van een kruisbandblessure staat normaliter negen maanden, maar Van Beek hervat na vier maanden alweer de training. Ze komt echter niet terug op niveau en krijgt daarnaast te kampen met meer fysiek ongemak. Astma speelt op, er volgen kleine blessures en ze krijgt te maken met de ziekte van Pfeiffer. Drie jaar lang is Van Beek niet de schaatser die het publiek kent. “Die knieblessure is toentertijd best veel in de publiciteit geweest en daarom is het voor veel mensen die knie. Maar de jaren die volgden, waar mijn knie niets mee te maken had, waren juist veel lastiger. Je vertrouwt je eigen lichaam niet meer”, vertelt Van Beek.

Iedere keer is er wel wat. Als de astma onder controle is, volgt er Pfeiffer en zo gaat het maar door. “Elke keer ben je op de weg terug en dan komt er weer iets op je pad. Heel vaak was het zo van, ah, over twee weken is het weer goed. Vervolgens blijf je er drie maanden in hangen. In mijn knie had ik direct weer vertrouwen, terwijl het met mijn astma veel beangstigender was. Of met de Pfeiffer, dat je niet weet waar het vandaan komt. Als ik soms terugdenk, dan is dat aan vorig jaar. Dat was een veel zwaarder jaar dan het jaar na de Spelen. Het was heel lastig.”

© Hans Smit - Zwolleinbeeld.nl

‘Dat komt hard aan’ Het heeft mede tot gevolg dat Lotto-Jumbo begin 2017 weinig tot geen vertrouwen meer in Van Beek heeft. Een contractverlenging zit er niet in en dus staat ze, cru gezegd, ineens op straat. En dat een jaar voor de Olympische Spelen. “Als je bij een team zit en er geen vertrouwen meer is, dan komt dat hard aan. De ploeg ligt binnen je vertrouwenscirkel en dat is belangrijk. Wat dat betreft heb ik geluk gehad, want ik ben direct opgevangen door de jongens waar ik nu bij het Gewest Fryslân mee train. Dan bouw je een nieuwe cirkel om je heen en dat heeft erg geholpen. Want het moment dat je tussen twee dingen in zit, is het lastigst”, weet Van Beek.

De Zwolse vindt tijdens een vakantie in Lapland haar motivatie weer helemaal terug. Daar stapt ze wederom op lange latten, maar niet om te skiën. Ze gaat langlaufen, zoekt naar het noorderlicht en vindt haar motivatie terug. De knop is om en haar lichaam werkt weer mee. “Ik kwam terug en raakte in gesprek met mijn huidige teamgenoten. Die hadden elkaar gevonden en vroegen of ik aan wilde sluiten. Gezamenlijk zijn we sprongtrainingen gaan doen en uiteindelijk zijn we een team geworden. We hebben elkaar opgezocht en hadden hetzelfde doel, dezelfde visie en dezelfde drive. Dat is wel de kracht van de zomer geweest. Je ziet dat de hele ploeg progressie maakt.”

Steun uit Zwolle Ook vanuit Zwolle kreeg Van Beek al snel ondersteuning en dan met name uit de kant van de ondernemers. Ze kreeg financiële support van Stichting Ondernemers.team Regio Zwolle, ging al snel samenwerken met Auto Palace en zo breidde ze de losse eindjes aan elkaar. “Zonder die steun had ik de Olympische Spelen niet kunnen halen. Maar ook woont er nog familie van mij in Zwolle en wat oud-klasgenootjes. Die blijven mij steunen en dat is hartstikke leuk. Ik woon in Heerenveen, rij voor Gewest Fryslân, maar heel eerlijk… Ik voel me stiekem nog een echte Zwollenaar.”

Piek op OKT Voor Van Beek resulteert het geheel in een bijzonder opwaartse lijn. Ze pakt eerst een bronzen medaille tijdens wereldbekerwedstrijden in Heerenveen en tijdens het Olympisch Kwalificatie Toernooi is de piek daar. Ze rijdt op de 1.500 meter naar een tweede tijd en dat is voldoende voor een Olympisch ticket. Voldaan is ze alleen niet, allerminst zelfs. “Ik ben er nooit fan van om te zeggen dat je de Olympische Spelen wil halen. Ik weet dat het in Nederland vaak wordt gezegd, maar dat is niks. Je gaat niet voor plaatsing, je gaat voor de podiumplekken en eigenlijk voor goud. Want er is maar één kleur die telt.”

Duidelijke taal. De comeback is er, de prestaties zijn weer goed, maar daar moet het niet bij blijven. Wat kan Zwolle van haar verwachten? “Ik vind het altijd lastig om te zeggen wat de mensen van mij kunnen verwachten. Maar ga er maar vanuit dat ik er alles aan doe om de race van mijn leven te rijden”, lacht Van Beek, die uiteraard afsluit zonder een hand te schudden. Het gaat om maandag 12 februari, wanneer de 1.500 meter op het programma staat. En daar moet alles voor wijken.

Schaatsen, Lotte van Beek

Deel deze pagina:

Gerelateerd nieuws