RSS

Nieuws

4lijf-tip: ‘Het is weer tijd voor stamppotten’
Gepubliceerd op woensdag 1 februari 2012 om 12:00

Sportief Zwolle plaatst iedere woensdag de ‘4lijf-tip’. Het gaat om tips van Michèle van Reijsen. Zij begeleidt als personal trainer jong en oud naar een gezonde leefstijl. Daarnaast houdt Michèle zich bezig met haar eigen programma ‘kind op gezond gewicht’. Onder de noemer ‘IKdoedurfkan!’ biedt zij ondersteuning aan ouders en brengt zij kinderen naar een gezond gewicht. Hier volgt alweer de 85ste 4lijf-tip.

Vroeger was het heel gewoon om in de winter, als het koud was, andere soorten groente te eten dan de rest van het jaar. Men at de groenten vers van het land. Groenten van het seizoen! In de zomer, als het zonnig en warm is, staan de akkers vol met malse kropjes sla, uien, sperziebonen, bloemkool… Maar in de winter zijn de meeste akkers leeg. Het is te koud en te nat en daar houden groentes niet van. Dus moeten we in de herfst, net als de dieren, een wintervoorraad maken. Vroeger bestond deze vooral uit aardappelen, appels, winterwortelen, koolsoorten en peulvruchten. En dát zijn nu precies de ingrediënten van al die ouderwetse stamppotten.

Waar komen stamppotten eigenlijk vandaan? Daarvoor moeten we een behoorlijke stap terug in de tijd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in de nacht van 2 op 3 oktober 1574, werden de Spaanse troepen gedwongen hun beleg van Leiden te staken. De Prins van Oranje had de dijken van Holland laten doorsteken en bovendien naderde de Geuzenvloot. In de haast om weg te komen, lieten de Spanjaarden hun kamp voor wat het was, inclusief het eten dat ze op dat moment klaargemaakt hadden. De uitgehongerde Leidse bevolking stortte zich gulzig op dit eten dat bestond uit fijngestampte wortelen, uien en pastinaken: hutspot. Nadat in de zestiende eeuw de aardappel zijn intrede deed in de Nederlandse keuken, duurde het zeker nog tweehonderd jaar voordat de pastinaken vervangen werden door de pieper. Hollanders zijn rond het begin van de negentiende eeuw officieel gaan stampen.

Dat de Nederlandse keuken van oorsprong eenvoudig is met veel eenpansgerechten (stamppotten) is eigenlijk logisch. Er waren geen vierpitsgasstellen en in ons land was, mede door het geloof, soberheid de norm. Dit betrof ook ons eten. Er werd veel brood, gekookte aardappelen, groenten van het seizoen en vlees gegeten. Toen de welvaart tegen eind jaren vijftig begon te groeien, begon dat te veranderen. Mensen konden met vakantie en kwamen in aanraking met andere culturen en ontdekten gerechten die ze nooit eerder hadden geproefd. De Chinese Foe Yong Hai, de Italiaanse pizza’s en pasta’s en de Spaanse paella deden hun intrede en de oer-Hollandse stamppotten verdwenen naar de achtergrond.

De laatste jaren zijn stamppotten weer erg in opmars. Niet zo vreemd, want ze zijn voedzaam, ‘gezellig’ en makkelijk om te maken. De stamppot is hip, want zelfs gerenommeerde koks in restaurants bereiden de meest exclusieve stamppotten. Niets tuttigs dus meer aan grootmoeders stamppot, maar wel een doorn in het oog van mensen die stamppot zien als een aardappel-groenten prut waarin je vork rechtop blijft staan. Maar tuttig of niet, hij mag weer: lang leve de boerenkool, andijvie, zuurkool of bonenstamp.

Michèle van Reijsen

Gerelateerd nieuws