RSS

Nieuws

4lijf-tip: ‘Voorkom vermoeidheidsbreuken’
Gepubliceerd op woensdag 13 juli 2011 om 12:00

Sportief Zwolle plaatst iedere woensdag de ‘4lijf-tip’. Het gaat om tips van Michèle van Reijsen. Zij is eigenares van de kleinschalige bewegingsstudio 4lijf aan de Voorstraat 33 in het centrum van Zwolle. Daarnaast houdt Michèle zich bezig met haar eigen programma ‘kind en overgewicht’. Onder de noemer ‘IKdoedurfkan!’ brengt zij kinderen naar een gezond gewicht. Hier volgt alweer de 62ste 4lijf-tip:

Als we geboren worden telt ons lichaam zo’n 350 botten en tegen de tijd dat we volwassen zijn, bestaat ons geraamte uit gemiddeld 206 beenderen of botten. Al die botten vormen samen ons geraamte of skelet, dat voor stevigheid zorgt en onze organen zoals hart, longen en hersenen beschermt. Naarmate we ouder worden vergroeien verschillende kleine botjes met elkaar. In de puberteit vergroeien bijvoorbeeld het darmbeen, het zitbeen en het schaambeen en vormen samen het heupbeen en de heupkom. Het langste bot in ons lijf is het dijbeen en is minstens een kwart van onze totale lengte. Het kleinste botje zit binnenin ons oor, namelijk het stijgbeugel en is slechts 2 millimeter. Wist je dat zich in elke voet 26 botjes bevinden en in elke hand uit 27 kleine botjes bestaat?

Al die botten kunnen scheuren of breken, als er maar voldoende kracht op wordt uitgeoefend: een val van een paard, een flinke tackle tijdens sport, een trap tijdens voetbal. Er zijn bepaalde botten die gemakkelijker breken dan andere. Ongeveer 95 procent van de breuken komt voor in benen en voeten, maar ook wel in armen en benen.

Botten hebben sterke en zwakke delen. Dit heeft te maken met hun variatie in vorm en functie en logischerwijs ontstaan juist op die zwakkere plekken breuken. Een bovenarm zal, mits er geen lichamelijke oorzaken zoals kanker of botontkalking zijn, op drie voorspelbare plaatsen breken: vlak onder de gewrichtskop, in het midden van de schacht of vlak boven de elleboog. Er zijn verschillende soorten breuken zoals een dwarse breuk, meervoudige breuken, schuine breuk, spiraalbreuken, twijgbreuken en een bijzondere vorm: stressfracturen of vermoeidheidsbreuken. Dat zijn kleine scheurtjes in het botoppervlak en ze komen meestal voor in de botten van benen en voeten. Ze worden veroorzaakt doordat het bot te vaak te zwaar wordt belast, dus bij overbelasting.

Vermoeidheidsbreuken worden ook wel ‘marsbreuken’ genoemd omdat ze vaak voorkomen bij militairen die met zware bepakking (ongetraind) uren moeten lopen. Het vermoeidheidsbreukje komt het meest voor bij hardlopers. Naast overbelasting is het ontstaan van zo’n breuk ook afhankelijk van het geslacht, het type sport dat je beoefent, je lichaamsbouw, je sportschoenen en of je eerder blessures hebt gehad.
Is zo’n vermoeidheidsbreuk pijnlijk? Ja, nou en of. De pijn is een van de belangrijkste symptomen en kan behoorlijk heftig zijn. Meestal begint de pijn twee weken nadat de overbelasting is begonnen en is de pijn eenmaal begonnen, dan zal het ook steeds erger worden.

Bij een vermoeidheidsbreuk moet je het gescheurde botdeel veel rust gunnen, zeker zes tot acht weken en misschien tijdelijk een andere sport gaan doen of een minder belastende vorm van beweging zoeken waarbij de botscheur niet wordt belast. Als je een fervent hardloper bent, zou je een tijdje kunnen gaan fietsen of gaan zwemmen. Vermoeidheidsbreukjes genezen meestal vanzelf, dus je hoeft niet bang te zijn dat je in het gips komt. Het makkelijkste is echter om een vermoeidheidsbreuk te voorkomen. Wat kun je er zelf aan doen?

1) Sla nooit de warming-up over! Warm je lijf minimaal vijf minuten rustig op en doe daarna rekoefeningen; 2) Bouw de intensiteit en de duur van de trainingen niet te snel op. Varieer in je trainingsvormen en wissel bewegingen af; 3) Voor iedere sporter is het belangrijk om een basisniveau aan kracht te hebben. Een trainer kan een oefenprogramma met spierversterkende oefeningen voor je opstellen; 4) Let op een juiste techniek tijdens het sporten, vooral bij het hardlopen. Laat je voeten recht naar voren wijzen en wikkel de voet goed af; 5) Sport niet te lang op een harde ondergrond. Loop liever op een zachte ondergrond, zoals gras of in het bos; 6) Draag flexibele sportschoenen met een schokdempende zool en een goede ondersteuning. Zorg dat ze goed passend zijn; 7) Eindig altijd met een cooling-down. Beweeg een paar minuten rustig uit en doe rekoefeningen; 8) Als je weegschaal te veel aangeeft, zorg dan dat je op gezond gewicht komt. Zo voorkom je overbelasting!

Michèle van Reijsen

Gerelateerd nieuws