RSS

Nieuws

4lijf-tip: ‘Gooi je weegschaal de deur uit’
Gepubliceerd op woensdag 15 september 2010 om 12:00

Sportief Zwolle plaatst iedere woensdag de ‘4lijf-tip’. Het gaat hier om tips van Michèle van Reijsen. Zij is eigenares van de kleinschalige bewegingsstudio 4lijf aan de Voorstraat 33 in het centrum van Zwolle. Daarnaast is Michèle consulente van Lekker Pûh. In haar studio begeleidt zij jongeren naar het gezonde gewicht volgens de methode van Lekker Pûh! Hier volgt de negentiende 4lijf-tip:

Het beste advies dat je ooit van mij zult krijgen met betrekking tot gewichtsbeheersing is: gooi je weegschaal het huis uit! De weegschaal kent namelijk geen onderscheid tussen lichaamsgewicht in totaal en vet, en kan je zeker niet vertellen of je het ideale lichaamsgewicht hebt. Ook vertelt hij je niet of je vet- óf spiermassa verliest. Een bodybuilder, die meestal veel spiermassa en zeer weinig lichaamsvet heeft, kan door gewichtstabellen in de categorie ‘zwaarlijvig’ vallen.

De meeste mensen hebben geleerd te vertrouwen op de weegschaal en focussen zich alleen op gewicht. Hele hordes mensen raken haast in paniek als de wijzer op hun weegschaal een te hoog gewicht aangeeft en besluiten terplekke om te gaan afslanken. Voordat je start met een afslankpoging is het belangrijk om eerst je doel te bepalen: wat zou eigenlijk precies je ideale gewicht moeten zijn? Wil je je gewicht verminderen tot een bepaald aantal kilo’s, of je lichaamsvet met een paar procenten verminderen, of ga je voor het verlagen van je BMI? Belangrijk is om te weten wat de verschillen zijn tussen gewicht, BMI en lichaamsvetpercentage.

Wat zijn die verschillen?
Het lichaamsgewicht is afhankelijk van zowel erfelijke, persoonlijke, culturele als sociale factoren en varieert met de leeftijd. Body Mass Index (BMI) is de verhouding tussen je gewicht en lengte, geeft het risico aan voor je gezondheid en wordt vaak gebruikt voor het bepalen van een individueel gewicht. Klik hier om je BMI te berekenen. De BMI geeft dus een schatting van het lichaam van een persoon en houdt geen rekening met de verschillen tussen spiermassa en vet. Als je veel sport - en dit is erg belangrijk om je te helpen gewicht te verliezen - kun je een hogere spiermassa hebben, en spieren zijn zwaarder dan vet. Hierdoor kan je gewicht zelfs toenemen. Ook kan ondanks een lager vetpercentage je BMI hoger zijn dan het gemiddelde. Het omgekeerde kan ook: als je ouder wordt neemt de spiermassa af en kun je een lagere BMI hebben met een hoger vetpercentage. Een BMI meting is dus niet waterdicht.

Het lichaamsvetpercentage is de verhouding tussen het totale gewicht (spieren, botten, organen, bloed en alle andere onderdelen die je in leven houden) en het percentage vet in je lichaam. Het is heel goed mogelijk dat iemand die te zwaar is op de weegschaal toch een laag lichaamsvetpercentage heeft. Voor mannen wordt een lichaamsvetpercentage geadviseerd tussen de 14 en 17 procent, voor vrouwen geldt een aanbevolen lichaamsvetpercentage tussen de 21 en 24 procent. Naarmate je ouder wordt, mag het vetpercentage iets hoger zijn (tot maximaal 2-3 procent wanneer je boven de 60 jaar bent).

Om dus vast te stellen of je op een goed en gezond gewicht bent, moet je je lichaamsvetpercentage meten en niet je BMI. Want als je jezelf te dik vindt, dan is het namelijk lichaamsvet dat je moet verliezen. Op verlies van vocht en spieren zit niemand te wachten. Dus wat is precies je persoonlijke, ideale lichaamsgewicht? Dat is wanneer je lichaamsvetpercentage binnen de aanbevolen normen ligt. En de weegschaal… die heb je al lang de deur uit gegooid!

Gerelateerd nieuws