RSS

Nieuws

Hockey krijgt promotieklasse: ‘Niet blij mee’
Gepubliceerd op dinsdag 2 mei 2017 om 16:31

De Nederlandse hockeybond heeft besloten met ingang van het seizoen 2018-2019 de competitiestructuur aan te vullen met een promotieklasse. Deze wordt gepositioneerd tussen de huidige hoofdklasse en overgangsklasse in. Roel Stofmeel en Bert Bunnik, hoofdtrainers bij HC Zwolle, zien voor- en nadelen. “Het behouden van talenten wordt lastiger”, geven beide coaches aan.

Met het invoeren van de promotieklasse hoopt de hockeybond een betere doorstroom in de topcompetities te bewerkstelligen. Bunnik, trainer van de Zwolse heren, is het daar niet direct mee eens. “Ik ben er niet blij mee, want voor clubs in Noord-Oost Nederland wordt het heel lastig om in die klasse te komen. De top zes van de overgangsklasse promoveert en clubs als Groningen, Union en Zwolle hebben vaak al moeite om erin te blijven. Die ploegen komen dan eigenlijk in een opgewaardeerde eerste klasse. Je komt dan twee niveaus onder de top terecht”, vertelt Bunnik, die het niet voor alle clubs een slechte ontwikkeling vindt. “Aan de bovenkant zal het vast en zeker helpen, maar aan de onderkant heb ik er niet zoveel fiducie in.”

Ook Roel Stofmeel, coach van de Zwolse dames, erkent het probleem. Hij ziet vooral problemen in het behouden van de talenten, daar waar een club als Zwolle het toch van moet hebben. “Ik denk dat het wel helpt om het gat tussen de competities te dichten en het past ook bij onze ambitie om verder door te groeien. Maar het wordt voor ons lastiger om talenten aan ons te binden. Wij maken niet een-twee-drie een stap naar de top zes en dus zijn er op een gegeven moment meer ploegen die hoger spelen. Op de korte termijn wordt dat voor ons een uitdaging”, stelt Stofmeel. Bunnik onderschrijft dat. “Dat is ook moeilijk tegen te houden. Als een kind een droom heeft en ouders willen drie keer per week naar Kampong rijden, dan is het een snelle beslissing.”

De bond hoopt met de promotieklasse ook de talentontwikkeling in Nederland een nieuwe impuls te geven. Stofmeel: “Het is een goede ontwikkeling, maar daar ben ik het niet direct mee eens. Zo’n twaalf jaar geleden kregen spelers van Jong Oranje de kans in de hoofdklasse, maar door de komst van buitenlanders is dat teruggedrongen. De problematiek ligt dus ergens anders. Ik pleit dan ook voor een limiet op buitenlanders.” Ook voor Bunnik is dat een optie, al onderkent hij direct een ander probleem. “Dat zou hartstikke mooi zijn, maar is door wetgeving heel lastig voor elkaar te krijgen. Ik moet het allemaal nog zien”, concludeert de herencoach.

Gerelateerd nieuws