Column: ‘Blauwvingers kleuren Sotsji’

| 23-02-2014

Het zit er weer op, de Olympische Spelen in Sotsji. De afkickverschijnselen zijn al begonnen. De hele dag live sport op je televisie. Het werkt verslavend. Hoe moet ik de avonden doorkomen zonder Henry Schut en Erben Wennemars? En het wordt weer vier jaar wachten op sporten zoals biatlon, snowboarden, ijshockey, ijsdansen, bobsleeën en ook curling.

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat het geschuif met die granieten fluitketels een soort bowlen op het ijs was. Maar intussen weet ik alles over de ‘curl’, de ‘hammer’ en het ‘huis’. Toegegeven, mijn interesse voor het curling werd vooral gewekt door de goed geproportioneerde Russische dames. Zij kwamen niet in de buurt van eremetaal, maar hadden van mij met hun fraaie contouren best verder mogen komen. Ik zal het allemaal gaan missen. Voor Nederland was er nog nooit zoveel succes weggelegd. Weliswaar geen sneeuwmedailles, maar wel een puike vierde plek voor Esmé Kamphuis bij het bobsleeën. De shorttrackers bleven steken op één keer brons, maar bij het langebaanschaatsen was het 23 keer raak.

Mijn moment van deze Olympische Spelen? De vreugde, twijfel en ontlading bij Michel Mulder, vlak na de bizarre ontknoping op zijn winnende 500 meter. Werkelijk perfect in beeld gebracht. Met de bronzen plak voor broer Ronald was dat het eerste maar niet het laatste Zwolse succes. Dankzij Michel, Ronald en zeker ook Lotte van Beek, alle drie geboren en getogen in Zwolle, is de stad met vijf medailles sportief op een prachtige manier op de kaart gezet. NRC Handelsblad meldde vorige week maandag dat Zwolle op dat moment, op het Canadese Québec na, de gemeente was waar het meeste eremetaal vandaan kwam. Mogen wij daar even trots op zijn?

Daarom moet het woensdag tijdens de huldiging in Zwolle een geweldig feest worden. Maar stilletjes weet ik ook dat de Zwollenaar nuchter is. Ik moest ineens denken aan een interview dat ik alweer bijna drie jaar geleden had met de oud-toproeiers Nico Rienks en Ellen Meliesie. Zij vertelden over de succesvolle Olympische Zomerspelen van Atlanta in 1996, met twee keer Zwols goud voor Nico Rienks en Henk Jan Zwolle. Samen met Adri Middag zouden de medaillewinnaars op een zaterdagochtend gehuldigd worden in het gemeentehuis. Daaraan voorafgaand trokken de succesvolle sporters op een platte kar van boer Middag door de oude binnenstad. Er kwamen maar bitter weinig mensen opdagen. De roeiers hebben er nooit wakker van gelegen. Als oorzaak voor de tegenvallende belangstelling werd het vroege tijdstip aangevoerd.

Woensdag zal dat ongetwijfeld anders zijn. Vijf uur in de namiddag is ‘prime time’ voor een fantastisch eerbetoon. Michel, Ronald en Lotte verdienen het absoluut. ‘Ik doe niet graag zo raar in het volle openbaar’. Wie kent niet de zinsnede uit het geuzenlied ‘Ik ben een Zwollenaar’? Het is goed dat imago zo af en toe eens opzij te zetten. Net als bijvoorbeeld bijna twee jaar geleden tijdens de grootse kampioenshuldiging van FC Zwolle op het Rodetorenplein. Waar is dat feestje? Woensdagmiddag om vijf uur op het Grote Kerkplein!

Harry Bouwhuis

Harry Bouwhuis, in Zwolle vooral bekend als sportjournalist van weekblad De Swollenaer, was jarenlang radio- en TV-sportverslaggever bij lokale en regionale omroepen. In 2006 maakte hij voor Omroep Zwolle samen met journalist Michiel van de Peppel de succesvolle documentaire ‘Zwolse Strijd, een halve eeuw betaald voetbal in Zwolle’. In 2008 schreef hij het boek ‘Portretten van Zwolle-spelers door de jaren heen’. En in 2011 stelde Harry Bouwhuis, met Roel van ’t Oever, het jubileumboek ‘Berkum, de groei van de dorpsclub’ samen. Momenteel is hij als freelance sportjournalist werkzaam voor onder meer De Swollenaer en De Stentor. Voor Sportief Zwolle verzorgt Bouwhuis tweewekelijks een column.

Schaatsen, Ronald Mulder, Olympische Spelen, Lotte van Beek, Esmé Kamphuis, Michel Mulder, Columns, Harry Bouwhuis


Deel deze pagina:

Gerelateerd nieuws